Wezel

Mustela nivalis

Wezel

Habitatwensen van de wezel

De wezel is een slanke gestroomlijnde marterachtige. Het is een behendige jager, die vooral jaagt op kleine prooien zoals muizen en kleine vogels. Het voornaamste gedeelte (meestal 85%) van het menu bestaat uit woelmuizen, maar bij gebrek daaraan kunnen ook slakken, kikkers en eieren gegeten worden.

Net als bij de bunzing is ook de wezel gevoelig voor rodenticiden (bestrijdingsmiddelen voor knaagdieren). Gebruik deze dan ook zeker niet in hun leefgebied. Wezels sterven als ze met rodenticiden besmette prooien of aas daarvan eten.

Het is belangrijk om gedurende het hele jaar voldoende opgaande vegetatie te hebben. Een meer terughoudende benadering van maaien en begrazen, waarbij meer vegetatie wordt behouden, kan beter zijn. Het is aan te bevelen om takken en maaisel te gebruiken om hopen te maken die dienen als slaapplaatsen. Deze hopen trekken ook knaagdieren zoals de woelmuis aan, wat weer voedsel kan opleveren voor de wezel.

Checklist

Beschutte plekjes zoals konijnenholen,  stenenstapels, holen tussen wortels van bomen en ruige vegetaties.

Vooral woelmuizen, maar bij gebrek hieraan kunnen ook slakken, kikkers en eieren gegeten worden.

Beschutte plekken en faunapassages over wegen heen.

Aaneengesloten groenverbindingen die grof struweel bevatten.

Bronnen: Zoogdiervereniging, WUR, Naturalis

Natuurinclusieve maatregelen voor de egel

Een strook begroeide (openbare) ruimte die gelegen is voor een gebouw en onderhouden wordt door de bewoner of eigenaar van het pand of private tuinen, begroeid met meerjarige inheemse planten en/of houtige gewassen.

Aanplant van hagen, al dan niet ter vervanging van hekwerk of een schutting, met liguster, spaanse aak, zuurbes, hulst, beuk en/of haagbeuk. Of de plaatsing van gaaswerk met inheemse klimplanten, zoals klimop en vuurdoorn. Bij voorkeur een mix van twee of meer plantensoorten.

Om gebieden aan elkaar te verbinden kunnen faunapassages gerealiseerd worden over of onder wegen door. Zorg daarnaast voor openingen tussen tuinen door groene tuinafscheidingen zonder hekwerk of egelpassages in schuttingen.

Aanplanten of behouden van solitaire bomen of clusters inheemse bomen, zoals zomereik, wintereik, linde, berk, wilg, zwarte els, beuk, haagbeuk, veldiep. Of de aanplant van een boomgaard met fruitbomen (appel, kers, peer, pruim en/of walnoot).

Realiseren van een poel of vijver beplant met inheemse oeverplanten: gele lis, moerasandoorn, grote kattenstaart, moerasspirea, echte valeriaan, grote egelskop en inheemse waterplanten: witte waterlelie, gele plomp, watergentiaan, krabbenscheer.

Een cluster van inheemse struiken.

Inzaaien van bloemrijk grasland met inheems bloemenmengsel, grassen met kruidachtige soorten en overblijvende bloeiende vegetatie. Of wanneer er bloemrijk grasland nabij is: niet vooraf inzaaien, maar de natuur in de omgeving haar werk laten doen. Vervolgens overgaan op ecologisch beheer.

Realiseren van ruige groene randen voor een hoogwaardige  groene dooradering van soorten als bijvoet (droog) en riet (nat), waar deze nu van lage ecologische kwaliteit is (bijvoorbeeld gazon).

Realiseren van overhoekjes of stroken ruigten en de natuur in de omgeving haar werk laten doen. Vervolgens overgaan op ecologisch beheer.