Sturnus vulgaris
Spreeuwen zijn een van de meest voorkomende broedvogels in Nederland, maar hun aantal gaat achteruit. Ze broeden in boomholtes of nestkasten. Spreeuwen zijn alleseters, maar ze eten voornamelijk insecten en insectenlarven in grasland.
Een combinatie van een aantal nestkasten of oudere bomen waarin holtes zijn ontstaan om in te broeden en voldoende gras in de buurt zorgt voor een prettige leefomgeving voor de spreeuw. Zorg daarnaast voor besdragende struiken.
Nestkasten, gaten in gebouwen of oudere bomen met holtes.
Insecten, insectenlarven en gevallen fruit.
Struiken, bosjes en bomen zorgen voor schuilplaatsen.
Grasvelden voor insecten en hun larven binnen 500m.
Bronnen: Vogelbescherming, WUR, Sovon
Spreeuwen zijn alleseters, maar ze eten voornamelijk insecten en insectenlarven in grasland. Fruit en bessen staan ook op het menu.
Om voor voldoende voedsel voor spreeuwen te zorgen is het belangrijk dat er grasvelden voor insecten en hun larven binnen 500m van de broedlocatie zijn. Deze grasvelden mogen geen hoog gras bevatten, begrazing bevorderd de mogelijkheid voor foerageren van spreeuwen.
Ze zijn ook vaak te zien in boomgaarden, waar ze fruit eten. Het plaatsen van inheemse fruitbomen kan de spreeuwen helpen met het vinden naar voedsel.
Natuurlijke vijanden van spreeuwen zijn roofvogels, zoals een torenvalk, sperwer, buizerd en smelleken. Het is belangrijk dat er genoeg schuilplaatsen zijn voor de spreeuwen om zich te beschermen tegen predatoren.
De aanwezigheid van meerdere soorten struiken en bomen geeft een spreeuw de mogelijkheid om te schuilen tussen de bladeren of in holen van bomen.
Spreeuwen zijn een van de meest voorkomende broedvogels in Nederland, maar hun aantal gaat achteruit. Ze broeden in boomholtes, nestkasten of in ruimte onder dakpannen of goot. Om spreeuwen te helpen met het vinden van een broedplaats kunnen nestkasten worden opgehangen.
Plaats de nestkasten op 2 tot 5 meter hoogte en niet in de volle zon, dus liever niet op het zuiden. Anders wordt het in de zomer te warm binnen. Zorg ook dat de nestkasten beschut zijn tegen de wind. De invliegopening kan daarom het beste op het noordoosten zijn gericht, want de wind komt in Nederland vaak uit het zuidwesten. De spreeuw is geen koloniebroeder, maar broedt wel graag met meerdere soortgenoten bij elkaar in de buurt.
Spreeuwen zijn alleseters, maar ze eten voornamelijk insecten en insectenlarven in grasland. Fruit en bessen staan ook op het menu.
Om voor voldoende voedsel voor spreeuwen te zorgen is het belangrijk dat er grasvelden voor insecten en hun larven binnen 500m van de broedlocatie zijn. Deze grasvelden mogen geen hoog gras bevatten, begrazing bevorderd de mogelijkheid voor foerageren van spreeuwen.
Ze zijn ook vaak te zien in boomgaarden, waar ze fruit eten. Het plaatsen van inheemse fruitbomen kan de spreeuwen helpen met het vinden naar voedsel.
Natuurlijke vijanden van spreeuwen zijn roofvogels, zoals een torenvalk, sperwer, buizerd en smelleken. Het is belangrijk dat er genoeg schuilplaatsen zijn voor de spreeuwen om zich te beschermen tegen predatoren.
De aanwezigheid van meerdere soorten struiken en bomen geeft een spreeuw de mogelijkheid om te schuilen tussen de bladeren of in holen van bomen.