De natuurwaarde van waterlijnen in stedelijke gebieden neemt niet zozeer toe met de omvang van het waterlichaam, maar met de mogelijkheden voor een gevarieerde oever- en watervegetatie en de functionele leefomgeving voor dieren die aan het water gebonden zijn. De uitgangssituatie is een watergang of waterpartij met steile oevers. Deze heeft een basisfunctie voor vissen. De biodiversiteit neemt toe wanneer de mogelijkheid voor een oevervegetatie aanwezig is op één of beide oevers. Een flauwe, natuurvriendelijke oever aan één of beide zijden zorgt voor nog meer mogelijkheden voor flora en fauna om zich te vestigen. Wanneer er daarnaast voedsel- en dekkingsmogelijkheden aanwezig zijn in de directe omgeving, in de vorm van struweel en/of kruidenrijk grasland, is het leefgebied compleet.