Gewone dwergvleermuis

Pipistrellus pipistrellus

Vliegende gewone dwergvleermuis

Habitatwensen van de Gewone Dwergvleermuis

Dwergvleermuizen maken gebruik van verschillende verblijven. Ze hebben de voorkeur voor toegankelijke spouwmuren en ruimte onder daken. Ze foerageren het liefst dichtbij en jagen binnen een straal van 2-5 kilometer van hun verblijfplaats. Als nachtdieren is het daarbij belangrijk dat er veel donkerte is en dat verlichting niet op hun verblijven en routes schijnt.

Ze navigeren door de lijnen van bomen en water in het landschap. Hun menu bestaat voornamelijk uit vliegende insecten. Vleermuizen jagen in de beschutting van opgaande elementen, boven water en bij grasvelden. Deze structuren zijn dus erg belangrijk voor vleermuizen. Rond verblijfplaatsen moet dus een voldoende beschutte en insectenrijke omgeving (foerageergebied) aanwezig zijn als voedsel voor de vleermuizen.

Checklist

Realiseer verschillende soorten verblijfplaatsen op meerdere plekken en geveloriëntaties.

Zorg met waterlijnen en bomenrijen voor verbinding met de omgeving.

Voedsel wordt gevonden bij insectenrijke beplanting en water.

Zorg voor niet verlichte routes, donkere gebieden en voorkom licht op de verblijfplaatsen.

Bronnen: Zoogdiervereniging, BIJ12, Gemeente delft

Verblijfplaatsen voor vleermuizen

Vleermuizen maken gebruik van verschillende verblijven. Ze overwinteren in de spouw, in kelders of achter de gevelbetimmering van gebouwen en brengen de zomer door in zomerverblijven.

Gevelorientatie dwergvleermuisverblijven
Hoogte dwergvleermuiskast

Geveloriëntatie van vleermuisverblijven en hoogte van verblijfplaatsen voor de dwergvleermuis

Hoogte van vleermuisverblijven en vrije invliegroute

Breng vleermuisverblijven aan tussen de 3 meter (ondergrens) en de 50 meter (bovengrens) hoogte. Plaats ze niet binnen 1 meter boven of naast ramen, en zorg voor een vrije aanvliegroute. Het is verder belangrijk dat de verblijfplaats grenst aan het bestaande of nieuw groen, zodat de plek (interessant) gevonden wordt.

Realiseer meerdere verblijfplaatsen op verschillende plekken

Vleermuizen kiezen graag een verblijf met de beste klimaatomstandigheden. Realiseer dus meerdere plekken op verschillende windrichtingen met meerdere lagen. Schakel ze wanneer mogelijk aan elkaar om verschillende binnenklimaten te krijgen.

Mogelijkheden om vleermuisverblijven te realiseren

Er zijn meerdere manieren om verblijven voor gebouw-bewonende vleermuizen te realiseren. Het heeft doorgaans de voorkeur om spouwmuren en ruimtes onder daken geschikt te maken.

Vleermuiskasten in de gevel

Er zijn verschillende leveranciers van vleermuiskasten die in te bouwen zijn in de gevel. Je kunt zorgen dat enkel de invliegopening zichtbaar is of de vleermuiskast zichtbaar houden in de gevel.

Vleermuisverblijf configuratie
Vleermuiskast ingebouwd in de gevel, ook in houtskeletbouw

Geschakelde vleermuiskasten en een vleermuiskast ingebouwd in de gevel.

Vleermuizen in de spouwmuur

De tussenspouw kan toegankelijk gemaakt worden voor vleermuizen door een opening in de gevel. Er moet een luchtspouw zijn van minimaal 3 cm. Bij een gladde muur dient een ruwe laag te worden toegevoegd voor grip. Zo wordt de ruimte geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De spouwruimte kan o.a. dienen als kraamverblijfplaats en als winterverblijfplaats voor vleermuizen.

Invliegopening voor vleermuizen spouw

Invliegopening voor vleermuizen naar de spouw

Vleermuisverblijven achter gevelbetimmering

Er kan ook ruimte achter de gevelbetimmering of onder en achter daklijsten gemaakt worden. Gevelbetimmering kun je geschikt maken voor vleermuizen door het creëren van ruimte tussen de buitenmuur en de gevelbetimmering. Gevelbetimmering voor vleermuizen dient minimaal 100 cm breed x 50 cm hoog te zijn. Tussen de gevelbetimmering en buitenmuur dien je 1,5 – 2,5 centimeter ruimte over te laten.

Zorg voor openingen aan de onderzijde van gevelbetimmeringen van minimaal 1,5 bij 2,5 centimeter. Minimaal één zijde van de ruimte achter de betimmering moet van ruw materiaal zijn. Dit kan bijvoorbeeld een bakstenen buitenmuur of kurk zijn. Aanbevolen wordt om aanvullend achter de gevelbetimmering op een aantal plekken horizontale latten te plaatsen. Door de horizontale latten verspringend te plaatsen wordt tocht voorkomen en ontstaan er verschillende binnenklimaten.

Vleermuisverblijven achter gevelbetimmering

Vleermuisverblijven integreren in de architectuur

Vleermuisverblijven zijn op veel verschillende plekken in te bouwen. Dit kan bijvoorbeeld in dakranden, onder dakpannen, in een loze spouw bij technische ruimten en balkons, of de loze ruimte in een schoorsteen.

De invliegopening heeft bij voorkeur een opening van tussen de 16 en 20 mm hoog voor de kleinere vleermuissoorten, zoals de gewone dwergvleermuis, en moet een aanvliegplank of ruw oppervlak hebben van minimaal 30 cm hoogte waarop de vleermuis gemakkelijk kan landen. Dit kan ook een ruwe buitengevel zijn. Schakel voor andere soorten een specialist in.

Vleermuisverblijf in dakrand

Vleermuisverblijven in de dakrand

Minimale afmetingen voor zomerverblijven van dwergvleermuizen

Minimale afmetingen zomerverblijven dwergvleermuizen

Zomer- en paarverblijven zijn minimaal 20x50cm (lxh) en ruimte in een spouw of gevelbetimmering is minimaal 100x50cm.

Invliegopeningen ruwe ruimte als aanvliegplank

Invliegopening vleermuisverblijf dwergvleermuis

De invliegopening moet 16-20mm hoog zijn. Ook moet er een ruw oppervlak van ten minste 30cm zijn als aanvliegplank onder de opening.

Alternatieve verblijfsmogelijkheden

Er zijn meerdere alternatieve plekken in een gebouw waar vleermuisverblijven kunnen worden geïntegreerd, zoals:

1. In dakrand of overstek
2. Achter gevelplaten
3. In technische ruimte
4. In spouwmuren

Veiligheid

Vleermuizen worden snel verstoord door verlichting. De mate waarin het licht de vleermuizen verstoort is afhankelijk van de hoeveelheid licht en de lichtkleur. Verlichting kan ook het gedrag en voortplanting van insecten verstoren, waardoor het voedselaanbod kan afnemen. Uitgangspunt om verstoring door verlichting zo veel mogelijk te beperken is: zo min mogelijk verlichten. Verlicht alleen waar en wanneer het nodig is en schenk aandacht aan de juiste armatuur en lamphoogte, zodat bijvoorbeeld invliegopeningen van verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden donker blijven.

Aandachtspunt: verlichting

Geen lichtuitstraling vanuit gebouwen

Voedsel

Vleermuizen jagen in de beschutting van opgaande elementen in een groene, bebouwde omgeving, langs kanalen, vaarten, in tuinen en parken met vijvers, tussen boomkruinen, boven open plekken in het bos, langs de bosrand (vooral oude voedselrijke loofbossen), straatlantaarns, in en langs lanen, bomenrijen, houtwallen en grasvelden. Waterpartijen en beschutte oevers zijn daarbij favoriet als jachtgebied. Deze structuren zijn dus erg belangrijk voor vleermuizen. Het menu van vleermuizen bestaat voornamelijk uit muggen, dansmuggen, schietmotten, maar ook haften, gaasvliegen, nachtvlinders en soms ook kevers.

Rond verblijfplaatsen moet een voldoende beschutte en insectenrijke omgeving (foerageergebied) aanwezig zijn als voedsel voor de vleermuizen. Plant binnen het project dus ook inheemse bomen, struiken en bloemrijk grasland waarin insecten voedsel zoeken en zich voortplanten. Zorg vervolgens dat de locatie van de verblijven aansluit bij de vliegroutes en het foerageergebied.

Verbinding voor vleermuizen

Vleermuizen navigeren door de lijnen van bomen en water in het landschap om verblijfsplekken en foerageergebieden te vinden. Het is belangrijk dat deze verbindingen zo veel mogelijk doorlopen en donker zijn.

Voortplanting

Vleermuizen paren vaak op dezelfde plekken als de zomerverblijven. Vleermuizen maken wel gebruik van aparte kraamverblijven. Kraamverblijven zijn veelal groter dan de andere verblijven. In de kraamtijd, van half mei tot begin augustus, gebruiken de vrouwtjes vooral de warme plekken, buiten die periode ook koelere verblijfplaatsen. Realiseer dus ook kraamverblijven op meerdere plekken en op verschillende windrichtingen in het plangebied.

Afmetingen van een kraamverblijf voor dwergvleermuizen

Populatiegrootte

Om een populatie dwergvleermuizen voldoende verblijfplekken te bieden in een wijk zijn er zo’n 50-70 zomer/paarverblijfplaatsen, 20 kraamkasten en 3 massa verblijfplaatsen per wijk of gebiedsontwikkeling nodig.