Europese rode eekhoorn

Sciurus vulgaris

Eekhoorn

Habitatwensen van de eekhoorn

Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos, maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Mits er voldoende voedsel beschikbaar is, komen ze ook in bebouwd gebied. Hun voorkeur gaat uit naar ouder bos (naaldbomen ouder dan 20 jaar en loofbomen ouder dan 40 jaar), omdat daar meer voedsel en nestgelegenheid is. Eekhoorns houden niet van zon, maar juist van schaduwrijke plekken. Natuurlijke vijanden zijn de vos, roofvogels en boommarters. Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit boomzaden, zoals eikels, noten, dennenappels en kegels van naaldbomen. Ook eten ze afhankelijk van het jaargetijde knoppen, bladeren, bessen, schors, paddenstoelen, rupsen, vogeleieren en zelfs jonge vogels.

Checklist

Zaaddragende bomen (onder andere eik, beuk, den).

Holen in bomen of eekhoornkasten.

Zorg voor verbinding tussen de bomen.

Bronnen: Zoogdiervereniging, WUR, Naturalis

Verblijfplaats en voortplanting

Eekhoorns komen veel voor in bossen, maar parken en stedelijker gebied met veel bomen bieden ook een geschikt leefgebied. Eekhoorns zitten graag in hoge en oude bomen waar ze goed verstopt zitten en een nest in kunnen maken. Eekhoorn houden niet van zon, maar meer van schaduwrijke plekken.

Tijdens de voortplantingsperiode bouwt het vrouwtje een nest waarin de jongen worden geboren. Zo’n nest kan bestaan uit een met takken gevlochten nest in een boom, in boomholen of in nestkasten.

Om eekhoorns te helpen met de voortplanting of een verblijfplaats kan een nestkast worden opgehangen, dit moet op minimaal 3 meter hoog worden opgehangen op een rustige plek. Wanneer een eekhoorn de nestkast accepteert, zal ze deze volstoppen met takken en mos.

Richtlijnen voor eekhoornkasten

Hoogte verblijfplaats eekhoorn
Hoogte eekhoornkasten
Afmetingen verblijfplaats eekhoorn
Afmetingen eekhoornkasten
Oriëntatie verblijfplaats eekhoorn
Oriëntatie verblijfplaats eekhoorn

Voedsel

Eekhoorns eten voornamelijk boomzaden, zoals eikels, hazelnoten, tamme kastanjes, beukennootjes en kegels van dennen. Buiten de zaden, worden bessen, knoppen, bladeren, paddenstoelen en jonge vogels ook gegeten.

Om voor voldoende voedsel te zorgen is het noodzakelijk dat er veel verschillende soorten bomen en planten zijn. Dit zorgt voor een variatie van zaden en bessen waar een eekhoorn op kan knagen, wat erg belangrijk is voor een eekhoorn.

Eekhoorns verzamelen graag voedsel, dit verstoppen ze in de grond of in gaten van bomen. Het is dus belangrijk dat hier voldoende ruimte voor is, door bijvoorbeeld de aanwezigheid van oude bomen. De eekhoorns zoeken een groot deel van het verstopte voedsel voor de winter weer op en dus is het handig dat de grond niet veel bewerkt wordt, waardoor het voedsel makkelijk te vinden is voor ze.

Om voor extra voedsel te zorgen, kunnen voederhuisjes worden opgehangen met een zadenmix. Dit maakt het eekhoorns makkelijker om aan veel verschillende zaden te komen wanneer er niet veel bomen in de buurt zijn.

Bomen die voor veel voedsel zorgen voor eekhoorns

Veiligheid en verbinding voor de eekhoorn

Natuurlijke vijanden van eekhoorns zijn vossen, roofvogels en boommarters.

Wegen zorgen voor versnippering in het gebied en het oversteken hiervan zorgt regelmatig voor verkeerslachtoffers, eekhoorns blijven uit paniek stilstaan of rollen zich op als een bolletje. Het is daarom van belang om passage mogelijk te maken bij verkeersaders en drukke wegen binnen het gebied.  Realiseer ‘eekhoornbruggen’ tussen bomen over moeilijk te overbruggen gebieden daar waar bomen geen structuur bieden voor een veilige oversteekplaats.

Hoe meer aaneengesloten bomen er in het gebied staan, hoe veiliger het is voor de eekhoorn (zo kan een eekhoorn van boom naar boom en kan over de grond lopen worden vermeden). en hoe groter de kans is dat eekhoorns naar het gebied worden aangetrokken.

Het leefgebied van een eekhoorn in een naaldbos is ongeveer 2 tot 5 ha groot en in loofbossen kan dit groter zijn dan 10 ha. De grootte van het leefgebied heeft te maken met het beschikbare voedsel in het gebied. Op zoek naar een beter leefgebied kunnen eekhoorns tot wel 4 km afleggen.

Faunatrap. Bron: Hipgroen

Egels kunnen zwemmen, een sloot of poel vormt daardoor ook geen barrière. Echter is het wel noodzakelijk dat dit water een natuurvriendelijke oever heeft waar de egel makkelijk in en uit het water kan lopen. Wanneer de oevers erg hoog of stijl zijn, voldoet een schuine plank ook. Deze faunatrapverkleint de kans op verdrinking.

Natuurinclusieve maatregelen voor de eekhoorn

Een strook begroeide (openbare) ruimte die gelegen is voor een gebouw en onderhouden wordt door de bewoner of eigenaar van het pand of private tuinen, begroeid met meerjarige inheemse planten en/of houtige gewassen.

Aanplant van hagen, al dan niet ter vervanging van hekwerk of een schutting, met liguster, spaanse aak, zuurbes, hulst, beuk en/of haagbeuk. Of de plaatsing van gaaswerk met inheemse klimplanten, zoals klimop en vuurdoorn. Bij voorkeur een mix van twee of meer plantensoorten.

Om gebieden aan elkaar te verbinden kunnen faunapassages gerealiseerd worden over of onder wegen door. Zorg daarnaast voor openingen tussen tuinen door groene tuinafscheidingen zonder hekwerk of egelpassages in schuttingen.

Aanplanten of behouden van solitaire bomen of clusters inheemse bomen, zoals zomereik, wintereik, linde, berk, wilg, zwarte els, beuk, haagbeuk, veldiep. Of de aanplant van een boomgaard met fruitbomen (appel, kers, peer, pruim en/of walnoot).

Realiseren van een poel of vijver beplant met inheemse oeverplanten: gele lis, moerasandoorn, grote kattenstaart, moerasspirea, echte valeriaan, grote egelskop en inheemse waterplanten: witte waterlelie, gele plomp, watergentiaan, krabbenscheer.

Een cluster van inheemse struiken.

Inzaaien van bloemrijk grasland met inheems bloemenmengsel, grassen met kruidachtige soorten en overblijvende bloeiende vegetatie. Of wanneer er bloemrijk grasland nabij is: niet vooraf inzaaien, maar de natuur in de omgeving haar werk laten doen. Vervolgens overgaan op ecologisch beheer.

Realiseren van ruige groene randen voor een hoogwaardige  groene dooradering van soorten als bijvoet (droog) en riet (nat), waar deze nu van lage ecologische kwaliteit is (bijvoorbeeld gazon).

Realiseren van overhoekjes of stroken ruigten en de natuur in de omgeving haar werk laten doen. Vervolgens overgaan op ecologisch beheer.