Habitatwensen
De zwartkop leeft bij voorkeur in loof- en gemengde bossen met een rijke ondergroei van vooral bramen. Maar is ook steeds meer te vinden in parken, tuinen en andere halfopen landschappen met bomen en struiken. Omdat de soort profiteert van het steeds natuurlijker wordende beheer.
In de stad heeft een schaduwrijke tuin of park met struwelen of ruigte met stekels, zoals een meidoorn de voorkeur. In het struweel wordt het nest gemaakt, geschuild en voedsel in de vorm van insecten of bessen gezocht.
Verblijfplaats en Voortplanting
Tussen maart en oktober verblijft de zwartkop in Nederland, maar vanwege de milde winters verblijven de zwartkoppen soms langer tot zelfs jaarrond. Vanaf half april tot eind juni wordt er gebroed, met een piek in mei en begin juni. Binnen deze periode heeft de vogel één tot twee broedsels. Het nest is komvorming en wordt laag in dicht stekelig struikgewas gemaakt, zoals in braamstruiken, meidoorn of sleedoorn. Het territorium beslaat een paar hectaren, hoe groot een territorium in stedelijke omgeving is, is onbekend. De vogel verblijft bij voorkeur in omgevingen met kreupelhout met daardoorheen gegroeide oude bomen.
Voedsel
Het dieet is afhankelijk van de periode. Tijdens de broedperiode worden namelijk insecten, spinnen en slakjes gegeten. Terwijl de rest van het jaar verschillende soorten bessen en vruchten worden gegeten zoals frambozen, bramen, lijsterbes en vlierbes.
Veiligheid
De zwartkop is een schuwe vogel die zich niet makkelijk laat zien. Veiligheid tegen verstoring of predatie wordt daarom vooral gegarandeerd door een enigszins groot oppervlak van dicht struweel of bosschage, met stekelige struiksoorten. Daarnaast is de timing en de handeling wijze van het groenbeheer ook een belangrijke factor voor het broedsucces en geschikte verblijfplaatsen.