De weidehommel is een algemene en wijdverspreide soort. Ze komt voor in een grote verscheidenheid aan biotopen, zoals open landschappen, bloemrijke grasvelden, tuinen en langs bosranden. De weidehommel heeft een vliegtijd van februari tot oktober. Om de hommel van voedsel te voorzien is beplanting nodig met een diversiteit aan bloeiperiodes. Zorg daarom voor de aanplant van vroege voorjaarsbloeiers zoals krokus, wilgen, longkruid, witte dovennetel, ribes en verschillende fruitbomen. Ook late voorjaarsbloeiers zijn belangrijk, zoals lupine, vingerhoedskruid, kruipend zenegroen, helmkruid en het eenjarig leeuwenbekje. Vergeet niet om ook zomerbloeiers aan te planten, zoals grote klaprozen, hertshooi, salie, linde, kaasjeskruid, zonnebloem en verschillende distelsoorten.
Leefomgeving weidehommel
Checklist leefgebied
Verblijfplaats en voortplanting
Insectstenen, zand, dood hout, holtes in stengels en stenenstapels.
Voedsel
Nectar- en stuifmeelplanten en bomen met bloeiperiodes van het vroege voorjaar tot najaar.
Veiligheid
Creëer zonnige plekken die uit de wind liggen.
Verbinding
Bijenlinten door bloemrijke bermen aan te leggen. Verbind verschillende vlakken met elkaar via een bloeiende strook. Dit kan ook van maaiveld via gevel, naar dak en terug.