De spreeuw is een opvallende zangvogel die bekendstaat om zijn schitterende, metaalglanzende verenkleed en zijn spectaculaire zwermgedrag. Spreeuwen zijn sociale vogels die zich vaak in grote groepen verplaatsen en gezamenlijk slapen. Door veranderingen in landgebruik en de afname van geschikte nest- en voedselgebieden neemt hun aantal echter af. Een combinatie van nestgelegenheid, voldoende insectenrijke graslanden en schuilplekken is essentieel om deze soort te behouden.
Verblijfplaats en voortplanting
Spreeuwen broeden in boomholtes, nestkasten en soms in openingen onder dakpannen of goten. Van nature nestelen ze in oude bomen waarin holtes zijn ontstaan, maar door het verdwijnen van deze bomen worden nestkasten steeds belangrijker. Om spreeuwen te helpen, kunnen nestkasten worden opgehangen op een hoogte van 2 tot 5 meter, bij voorkeur niet in de volle zon en beschut tegen de wind. De invliegopening kan het beste naar het noordoosten gericht worden, omdat de wind in Nederland vaak uit het zuidwesten komt. Hoewel spreeuwen geen koloniebroeders zijn, broeden ze wel graag in elkaars nabijheid. Daarom kunnen meerdere nestkasten met enige afstand tot elkaar worden geplaatst.
Voedsel
Spreeuwen zijn alleseters, maar hun dieet bestaat voornamelijk uit insecten en insectenlarven die ze in graslanden vinden. Ze eten ook regenwormen en, later in het jaar, bessen en fruit. Voor voldoende voedsel is het belangrijk dat er binnen 500 meter van de broedlocatie kortbegroeide graslanden aanwezig zijn. Begrazing of maaien bevordert de toegankelijkheid van insecten. Spreeuwen foerageren ook graag in boomgaarden, waar ze fruit eten. Het planten van inheemse fruitbomen en besdragende struiken kan helpen om de voedselvoorziening in de herfst en winter op peil te houden.
Veiligheid
Spreeuwen zijn kwetsbaar voor predatie door roofvogels zoals de torenvalk, sperwer, buizerd en smelleken. Om hen te beschermen, is het belangrijk dat er voldoende schuilplekken aanwezig zijn. Struiken, bomen en holtes in oude bomen bieden spreeuwen de mogelijkheid om zich te verstoppen. In stedelijke gebieden kunnen spreeuwen gebruikmaken van beschutte plekken zoals klimopbegroeide muren en dichtbegroeide tuinen.
Verbinding
Voor een optimale leefomgeving moeten broedplaatsen en voedselgebieden goed met elkaar verbonden zijn. Spreeuwen hebben een voorkeur voor open landschappen met een mozaïek van graslanden, bomen en bebouwing. De aanwezigheid van diverse habitattypes binnen hun leefgebied zorgt ervoor dat ze eenvoudig kunnen wisselen tussen nestplaatsen, foerageergebieden en schuilplekken.