Rugstreeppad

Epidalea calamita
Rugstreeppad (Epidalea calamita)
Home / Doelsoorten / Rugstreeppad

De rugstreeppad is een pioniersoort die zich thuis voelt in dynamische landschappen zoals duinen, heide, zandafgravingen en braakliggende terreinen. Hij gedijt in open, droge en zanderige omgevingen met tijdelijke wateren voor voortplanting. Plekken met veel vegetatie en veel waterleven worden meestal vermeden. De rugstreeppad eet vooral ongewervelden zoals, spinnen, vliegen, muggen, mieren, kever en wantsen. De larven voedden zich met planten, algen en dood organisch materiaal.

Verblijfplaats en voortplanting

De rugstreeppad geeft de voorkeur aan open, onbegroeide of laagbegroeide gebieden zonder schaduw. Hij komt voor in natuurlijke gebieden zoals duinen en heide, maar ook op door mensen bewerkte terreinen zoals klei- en zandafgravingen, braakliggende bouwplaatsen en groeven. Voor de voortplanting zijn ondiepe, tijdelijke wateren essentieel, zoals plassen, greppels en rijsporen die na neerslag vollopen. Deze wateren bevatten weinig tot geen vegetatie, wat voorkomt dat predatoren zoals libellenlarven en vissen de larven opeten. Belangrijk is dat deze wateren snel opwarmen, wat de ontwikkeling van de larven versnelt. De pH-waarde van het water moet boven de 5 liggen en licht brak water wordt goed verdragen. Een vrouwtje legt haar eieren in lange snoeren in het water. Doordat de wateren tijdelijk zijn en snel opdrogen, worden predatoren geminimaliseerd en krijgt de rugstreeppad voldoende kans om zich voort te planten.

Voedsel

Rugstreeppadden zijn carnivoren en eten voornamelijk kleine ongewervelden. Hun dieet bestaat uit spinnen, vliegen, muggen, mieren, kevers en wantsen. De larven zijn minder kieskeurig en voeden zich met algen, plantenresten en dood organisch materiaal in het water. Om voldoende voedsel te garanderen, is het belangrijk dat er in het leefgebied insectenrijke beplanting aanwezig is. Dit kan door strategische aanplant van kruidachtige planten die insecten aantrekken. In het water dragen waterplanten bij aan een hoog zuurstofgehalte en een stabiel ecosysteem, wat indirect de beschikbaarheid van prooien verhoogt.

Veiligheid en verbinding

Ondanks hun aanpassingsvermogen zijn rugstreeppadden kwetsbaar voor predatie. Natuurlijke vijanden zijn onder andere ringslangen, bunzingen en verschillende vogelsoorten. Daarom zijn schuilplaatsen essentieel in het leefgebied. Geschikte schuilplaatsen bestaan uit losse structuren zoals stapels takken, stenen, tegels, dood hout en lage vegetatie. In de winter graven rugstreeppadden zich diep in het zand in om te overwinteren. Dit betekent dat er voldoende losse zandgrond moet zijn waar ze zich in kunnen ingraven. Verder vermijden rugstreeppadden gebieden met dichte vegetatie, omdat dit de opwarming van de bodem tegengaat en hun bewegingsvrijheid beperkt.

Verbinding

De rugstreeppad heeft meerdere verblijfplaatsen: voortplantingswater, zomer- en winterverblijfplaatsen. Om deze plekken veilig te bereiken, zijn obstakelvrije routes nodig. Het leefgebied moet zo worden ingericht dat de padden zich zonder al te veel barrières kunnen verplaatsen tussen de verschillende verblijven. Cruciaal is dat voortplantingswater binnen 500 meter van het landhabitat ligt, zodat jonge padden niet ver hoeven te migreren. Daarnaast zijn corridors zoals zandpaden of open terreinen met verspreide schuilplaatsen belangrijk. Wegen en andere harde barrières vormen een risico en moeten zo veel mogelijk worden vermeden of voorzien van faunapassages.

 

Checklist leefgebied

""

Verblijfplaats en voortplanting

Laag begroeit en onbeschaduwd terrein met zanderige plekken naast ondiep, tijdelijk water zonder vegetatie.
""

Voedsel

Insectrijke beplanting in en rondom het water om ongewervelden zoals spinnen, vliegen, muggen, mieren, kevers en wantsen aan te trekken.
""

Veiligheid

Schuilplaatsen zoals takken, stenen en losse zandgrond om zich in te graven, met vermijding van dichte vegetatie en predatoren.
""

Verbinding

Obstakelvrije routes tussen zomer-, winter- en voortplantingsgebieden, met voortplantingswater binnen 500 meter van het landhabitat.

Natuurinclusieve maatregelen voor de Rugstreeppad

Icoon natuurvriendelijke en drijvende oevers

Water en natuurvriendelijke oevers

Icoon natuurvriendelijke poel, vijver en amfibieënpoel

Amfibieënpoel