De rosse vleermuis is een nachtdier die afhankelijk is van het vermogen om in het donker te navigeren. Overmatige kunstmatige verlichting kan hun gedrag verstoren en hun jacht- en foerageerpatronen beïnvloeden.
De rosse vleermuis wordt zelden in gebouwen aantroffen, maar tijdens de overwintering komt het wel voor dat spleten van gebouwen en bruggen worden gebruikt als winterverblijf. Gebruik van vleermuiskasten is zeldzaam. Over het algemeen gebruikt de rosse vleermuis boomholten als verblijf. Open landschap zoals waterrijke en moerassige gebieden hebben de voorkeur als jachtgebied. De verplaatsing van de verblijfsplaats naar het jachtgebied gebeurd doorgaans in de open lucht. De rosse vleermuis vliegt op een hoogte van vijftien tot honderd meter en soms zelfs meer, dit is afhankelijk van het weer en de omgeving. Hierbij worden wel vaak lijnstructuren gevolg, maar kunnen ook grote open gebieden overgestoken worden.
Verblijfplaats en voortplanting
De rosse vleermuis wordt zelden in gebouwen aantroffen, maar tijdens de overwintering komt het wel voor dat spleten van gebouwen en bruggen worden gebruikt als winterverblijf. Gebruik van vleermuiskasten is zeldzaam. Over het algemeen gebruikt de rosse vleermuis boomholten als verblijf. Deze holtes bevinden zich in oude bomen.
Na de voortplanting brengen de vrouwtjes de jongen in grote groepen samen groot. Dit gebeurt in kraamverblijven en deze bevinden zich ook in boomholten. De mannetjes zitten alleen of in kleinere groepen in andere bomen dan de kraamverblijven.
Omdat de rosse vleermuis boomholten gebruikt als verblijfplaats, is de leefomgeving erg kwetsbaar. Het is van belang om oude bomen die holten bevatten te behouden, om daarmee te voorkomen dat de verblijfplaats van de rosse vleermuis vernietigd wordt. Wanneer er oude bomen blijven staan, zorg er dan voor dat er geen tot weinig verlichting op schijnt in de nacht. Verlichting is een storende factor voor vleermuizen en maakt de desbetreffende boom ongeschikt als verblijfplaats.
Voedsel
Het dieet van de rosse vleermuis omvat verschillende, vooral grote insecten, zoals nachtvlinders, schietmotten, langpootmuggen en meikevers die voornamelijk ’s nachts actief zijn. Ze maken gebruik van hun echolocatievaardigheden om hun prooi te detecteren en nauwkeurig te lokaliseren.
Een belangrijk aspect binnen een stedelijke omgeving qua variatie zijn de aanwezige groen en blauwstructuren zoals parken met inheemse bomen, dichte struikstruwelen, kruidenrijke velden, natuurvriendelijke oevers, sloten, meren, beken, poelen. Door hierin variatie te creëren is er een verscheidenheid aan voedselaanbod, wat voor de rosse vleermuis erg belangrijk is.
Veiligheid
Rosse vleermuizen komen vaak al tijdens de schemer uit hun verblijfplaats en moeten dan oppassen voor roofvogels. In de nacht jagen uilen op vleermuizen als ze de kans krijgen. De rosse vleermuis is een nachtdier die afhankelijk is van het vermogen om in het donker te navigeren. Overmatige kunstmatige verlichting kan hun gedrag verstoren en hun jacht- en foerageerpatronen beïnvloeden.
Verbinding
De rosse vleermuis vliegt doorgaans in open lucht, maar volgen hierbij brede opgaande structuren zoals lanen. Verbinding met groene buitengebieden zijn daarom ook voor deze soort belangrijk, met name bij minder weer met neerslag of wind. Vegetatiecorridors en lijnstructuren, zoals bomenrijen, beplantingen, in verbinding staande waterlichamen en natuurlijke habitats, kunnen dienen als verbindingsroutes tussen verschillende foerageergebieden en verblijfsplaatsen. Deze verbindingen vergemakkelijken de beweging van de vleermuizen tussen geschikte jachtgebieden en bevorderen genetische uitwisseling tussen populaties.