Habitatwensen
In Nederland komen in verschillende vormen en maten 71 soorten libellen voor, met ieder weer eigen voorwaarden aan een leefgebied. De familie van de libellen wordt opgedeeld in de waterjuffers en echte libellen. Over het algemeen delen alle libellensoorten dezelfde voorwaarden en verschilt het vooral in hoe nauw de soort het neemt met diens voorwaarden. Voor de libellen is de aanwezigheid van (open) water de belangrijkste factor.
Voedsel
Libellen zijn echte rovers, onderwater vangen de libellenlarven vrijwel alle organismen die kleiner zijn dan zijzelf. Prooidieren kunnen variëren tussen minuscule watervlooitjes tot kikkervisjes of kleine visjes. Bovenwater jaagt de libel in vlucht op vliegende insecten zoals muggen, vliegjes, motjes en soms zelfs vlinders.
Verblijfplaatsen en variatie
In en langs ieder type water kunnen libellen worden aangetroffen, over het algemeen is het van belang dat het omliggende landschap variatie biedt tussen beschutte delen van bomen, struwelen en oevervegetatie tot open structuren die snel kunnen opwarmen. Ook op en onder het water dient genoeg afwisseling te zijn tussen planten of hout en ander bodemmateriaal.
Veiligheid en verbinding
Voor de voortplanting worden voornamelijk rijker begroeide oevers opgezocht en de larven gebruiken onderwaterplanten of doodhout om te schuilen. Door afgesloten wateren, zoals poelen aan te leggen waar geen vissen in zwemmen, kunnen de larven veilig opgroeien.
Libellen kunnen langere afstanden afleggen waarbij zij opzoek gaan naar nieuwe voortplantingslocaties. Aanleg en ecologisch beheer van groenblauwe structuren draagt bij aan het veilig verbinden van voortplantingshabitat.