Mezen zijn aanwezig in kleine bosjes, parken en tuinen, als er maar nestgelegenheid en voedsel voorhanden is. Ze broeden ook veel in bosrijke gebieden. Hun voedsel bestaat uit rupsen, andere kleine insecten, beukennootjes en allerlei zaden. Ook hebben mezen veel profijt van mensen die vetbollen en voedersilo’s ophangen.
Verblijfplaatsen en nestkasten
De koolmees en pimpelmees broeden in boomholtes, schuurtjes en in neststenen. Mezen van dezelfde soort wonen het liefst tenminste 10 meter van elkaar, want ze zijn territoriaal. Voor vogels van verschillende soorten, zoals koolmees en pimpelmees, kunnen de kasten een meter of 3 uit elkaar hangen. De ophanghoogte is minimaal 2 meter. Ingangen op het noorden, oosten en/of noordoosten.
Voedsel en veiligheid
Zorg voor bomen om een veilig verblijf in te maken en beplanting van struiksoorten als haagbeuk, meidoorn, sleedoorn en Gelderse roos.
Tip
Plaats een (grote) boom met een dicht bladerdek, zoals een beuk, eik of meidoorn, om de koolmees en de pimpelmees in de tuin of op het terrein te houden.