De kleine watersalamander is een algemene soort in Nederland en bewoont een breed scala aan waterrijke omgevingen, zoals vennen, poelen, plassen, sloten en beken, zowel in stedelijke als landelijke gebieden. Deze habitats kenmerken zich door ondiep, stilstaand of zwak stromend water met voldoende onderwatervegetatie. Om het leefgebied van de kleine watersalamander optimaal te behouden, is het belangrijk om te zorgen voor een gevarieerd landschap met diverse waterrijke gebieden.
Naast aquatische habitats is de aanwezigheid van geschikt landhabitat cruciaal voor de kleine watersalamander. Na de voortplantingsperiode verlaten de volwassen salamanders het water en brengen ze tijd door op het land om te foerageren, rusten en overwinteren. Geschikte landhabitats omvatten bosjes, houtwallen, graslanden en andere structuurrijke gebieden die grenzen aan hun aquatische leefgebieden. Het is belangrijk dat deze landhabitats voldoende schuilplaatsen en voedselaanbod bieden om de overleving van de salamanders buiten het voortplantingsseizoen te ondersteunen. Het is belangrijk om bij het beheer en behoud van hun leefgebied rekening te houden met deze landschapsvariatie en te zorgen voor een passende combinatie van water- en landhabitat.
Voortplanting
Kleine watersalamanders paren vanaf ongeveer eind maart tot eind juni. In deze periode vindt er ook ei-afzet plaats en deze eitjes komen tussen april en juli uit. Een vrouwtje kan tussen de 100 en 350 eitjes leggen en vouwt deze individueel tussen het blad van een waterplant. Het is daarom belangrijk dat er verschillende soorten waterplanten aanwezig zijn, zodat het vrouwtje genoeg keuze heeft om haar eitjes op te leggen. De voorkeur ligt bij waterplanten zoals waterpest, sterrenkroos, waterviolier, waterranonkel, maar ook bij moeras/oeverplanten die half in het water hangen. Bij het toepassen van (gefaseerd) ecologisch maaibeheer langs oeverranden ontstaat beplanting met variatie in hoogte en structuur en daarmee voldoende schuilgelegenheid voor de vestiging van een populatie kleine watersalamanders.
Voedsel
Watersalamanders zijn carnivoren. Ze zijn niet kieskeurig en eten al gauw alles wat in hun bek past. Onderwater bestaat hun dieet bijvoorbeeld uit onder andere kleine ongewervelden, amfibieën larven en eieren, kleine vissen, roeipootkreeftjes, waterslakken en muggenlarven. Eieren van padden worden gemeden. Op het land eten ze kleine insecten, regenwormen en slakken.
Om te zorgen voor voldoende voedsel voor de kleine watersalamander is het belangrijk dat er genoeg insectenrijke beplanting aanwezig is, zowel in als buiten het water. Door voldoende waterplanten blijf het zuurstofgehalte hoog en het water helder. Waterplanten in het leefgebied van de kleine watersalamander zorgen daarnaast ook voor een geschikte habitat voor insecten(larven) en daar voor genoeg voedsel.
Verbinding
Kleine watersalamanders overwinteren meestal op het land in de grond of op vorstvrije plekken. Na de winter trekken ze naar het voortplantingswater. Dit gebeurt meestal rond februari en maart. Bij een zachte winter kunnen de salamanders al in januari gaan rondtrekken. De landfase van de kleine watersalamander is meestal rond de zomer en het najaar en de waterfase is tijdens de voortplantingstijd rond het voorjaar.
Een zachte oever zorgt ervoor dat de salamanders makkelijk in en uit het water kunnen lopen. Het is voor de voortplanting dus belangrijk dat de verbinding tussen land en water veilig af te leggen is, de natuurvriendelijke of zachte oever met beplanting geeft een kleine watersalamander de beschutting om uit het water te kruipen.
Veiligheid
Kleine watersalamanders hebben veel natuurlijke vijanden, zowel in het water als op het land. Zowel volwassen exemplaren als larven van de kleine watersalamander moeten uitkijken voor verschillende vijanden. Zo predateren verschillende soorten vogels, amfibieën, reptielen, vissen, zoogdieren en insecten op kleine watersalamanders. Om deze reden hebben de salamanders veel schuilplaatsen nodig. Ze schuilen vaak tussen de waterplanten, op de bodem van het water in de modder en buiten het water onder stronken of platte stenen.
Door de aanwezigheid van meerdere soorten waterplanten worden schuilplaatsen gecreëerd en wordt het gebied aantrekkelijker voor de kleine watersalamander. Het is wel belangrijk dat wanneer er waterplanten worden geplant, deze inheems zijn.