De kamsalamander leeft in verschillende waterrijke omgevingen, zoals poelen, plassen, bosvijvers en beken, zowel in stedelijke als landelijke gebieden. Om een geschikt leefgebied voor de kamsalamander te creëren, is stilstaand of langzaam stromend water nodig wat vrij is van vissen. Hierin kan de salamander zich voortplanten. Een geschikt leefgebied beslaat minimaal 5 hectare waarin het land habitat bestaat uit bloemrijk grasland dat wordt afgewisseld met ruigte, houtwallen, bosranden en ongeveer 3 tot 5 voorplantingswateren.
Het toevoegen van inheemse waterplanten aan het leefgebied kan bijdragen aan de geschiktheid van de omgeving. Deze planten bieden namelijk schuilplaatsen. Het is belangrijk dat de soorten waterplanten worden afgestemd met de omgeving en het ontwerp.
Kamsalamanders zijn carnivoren. Ze zijn niet kieskeurig en eten al gauw alles wat in hun bek past. Onderwater bestaat hun dieet bijvoorbeeld uit onder andere kleine ongewervelden, amfibieën larven en eieren, kleine vissen, roeipootkreeftjes, waterslakken en muggenlarven. Eieren van padden worden gemeden. Op het land eten ze kleine insecten, regenwormen en slakken.