Het icarusblauwtje is een kleine, maar opvallende dagvlinder die vooral bekend staat om de helderblauwe kleur van de mannelijke exemplaren. Deze vlinder komt veel voor in Nederland, met name in graslanden die rijk zijn aan klavers, maar ook wegbermen met gras en klaver vormen een geschikt leefgebied. De soort is ook in stedelijke gebieden te vinden, zolang er voldoende gras en klaver aanwezig is. Het icarusblauwtje is te zien van april tot oktober, en overwintert als ei tussen het gras op de grond.
Verblijfplaats en voortplanting
Het icarusblauwtje komt voor in graslanden die rijk zijn aan klavers, zoals weilanden en wegbermen. De vlinder legt haar eitjes op de bloeiende delen van verschillende waardplanten, waaronder rolklaver, hopklaver, kleine klaver, luzerne, kruipend stalkruid en soms ook op andere klaversoorten. De rups ontwikkelt zich op deze klavers en overwintert als ei tussen het gras op de grond. Halfvolgroeide rupsen overwinteren vaak in de strooisellaag of laag tegen de stengel van de waardplant, daarom is gefaseerd beheer belangrijk. Deze soort heeft een voorkeur voor open, zonnige plekken waar de waardplanten volop groeien.
Voedsel
De rupsen van het icarusblauwtje voeden zich met de bladeren van verschillende klaversoorten, waaronder rolklaver, hopklaver en kleine klaver. Volwassen vlinders voeden zich met nectar van bloeiende klavers en andere nectar-houdende bloemen en kruiden in de omgeving. Een bloemenrijke vegetatie met een goede aanwezigheid van klavers is essentieel voor de soort.
Veiligheid
Het icarusblauwtje heeft te maken met natuurlijke vijanden zoals vogels en spinnen. De vlinder zoekt beschutting in graslanden met een gevarieerde vegetatie die biedt wat schaduw en bescherming. Beschutte plekken met gras bieden de rupsen een veilige omgeving om zich te ontwikkelen en om te overwinteren als ei.
Verbinding
Het icarusblauwtje is een mobiele vlinder die baat heeft bij goed verbonden graslanden en groenstroken. Het behoud en de aanleg van klaverrijke graslanden en wegbermen zijn belangrijk voor de soort om zich te verspreiden en nieuwe gebieden te koloniseren. Versnippering van het leefgebied kan leiden tot afname van populaties, dus verbindingen tussen geschikte gebieden zijn van groot belang.