Gierzwaluwen zijn van april tot augustus in Nederland en trekken voor de koude maanden naar warmere oorden. Ze brengen het grootste deel van hun leven in de lucht door. Ze slapen er zelfs. Alleen tijdens de broedtijd zitten ze op hun nesten. Ze broeden graag in de holtes van gebouwen en onder daken. Gierzwaluwen zien onze gebouwde omgeving als een rotslandschap. De verschillende kieren en openingen in onze gebouwen zijn voor hen plekken om te nestelen.
Checklist leefgebied
Verblijfplaats en voortplanting
Minimaal 5 verblijfplaatsen in een cluster geplaatst.
Voedsel
Waterrijke omgeving en insectenrijk grasland.
Veiligheid
Zorg voor een vrije uitvliegmogelijkheid van 3 meter voor en onder de verblijfplaats.
Verbinding
Waterrijke omgeving en insectenrijkgrasland binnen 500m.
Voedsel
Voldoende kruidenrijk groen in het projectgebied zorgt voor hun voedselvoorziening, al vinden gierzwaluwen hun voedsel in een groot gebied door zich te voeden met ‘aeroplankton’ in de lucht, dit zijn o.a. hele kleine vaak insectenlarven, pollen en bacteriën. Een waterrijke omgeving en insectenrijk grasland binnen 500m van het nest heeft de voorkeur. Binnen die afstand wordt namelijk naar voedsel gezocht. Rond het water houden de grootste aantallen vliegende insecten (muggen) zich op.
Nestplaatsen
Gierzwaluwen zijn koloniebroeders. Realiseer daarom minimaal een cluster van 5 tot maximaal 20 nestplaatsen per gebouw in de noordoostelijke windrichting. Deze worden bij voorkeur ingebouwd.
De gierzwaluw broedt graag hoog; nesten kunnen tot 40 meter hoog worden ingemetseld. Blinde, monotone zijkanten van gebouwen zijn het meest geschikt. Er moet een aanvliegroute van minimaal 4 meter (maar liever 6m+) onder en voor de steen vrijgehouden worden van obstakels zoals bomen, gebouwen en schoorstenen. Bij het uitvliegen maakt een gierzwaluw namelijk eerst een val van een aantal meters voor hij opvliegt.
Afmeting binnenmaat van de nestkast
Afstand en aantallen
Invliegopening
Oriëntatie
Het kan jaren duren voordat een gierzwaluw een neststeen bezet. Tot het zover is vormt de neststeen een welkome broedplaats voor andere soorten. Als er eenmaal één steen door een gierzwaluw bezet raakt, zullen er snel meer volgen. Gierzwaluwen zijn erg trouw en keren generaties lang terug naar hetzelfde nest.
Gierzwaluwen geven geen overlast. Ze gebruiken weinig nestmateriaal en maken ook geen vieze strepen op de gevel. De inbouwstenen hoeven niet schoongemaakt te worden.
Richtlijn Bbl 2025:
Een gebouw heeft voor elke 110 m2 netto verliesoppervlakte dichte gevel en dak, bepaald volgens NTA 8800 of een gedeelte daarvan, ten minste een verblijfs-voorziening voor gierzwaluwen en ten minste een verblijfs-voorziening voor huismussen.