Gewone grootoorvleermuis

Plecotus auritus
Home / Doelsoorten / Gewone grootoorvleermuis

Habitatwensen

De gewone grootoorvleermuis is honkvast en verblijft in de winter meestal dicht bij de zomerverblijfplaats. De soort jaagt vooral op donkere, beschutte plekken met veel (bloeiende) bomen en struiken. Ook bosranden, kruidenrijke graslanden en moerassen zijn geschikt, mits er voldoende beschutting aanwezig is. Daarnaast jaagt de gewone grootoorvleermuis regelmatig in gebouwen, zoals op zolders, in schuren en in stallen met vee.

Verblijfplaats en voortplanting

De gewone grootoorvleermuis is een optimist in de keuze van verblijfplaatsen en maakt gebruik van zowel gebouwen als bomen. Gebouwbewonende gewone grootoorvleermuizen verblijven vooral in oudere gebouwen van steen, zoals boerderijen, schuren, landhuizen en kerken. Binnen deze gebouwen kiezen de dieren voor grote, aaneengesloten ruimten, zoals zolders en andere ruimtes onder het dak. Daarnaast worden ook boomholten en verschillende typen vleermuiskasten als verblijfplaats gebruikt. De gewone grootoorvleermuis maakt gebruik van een netwerk van diverse verblijfplaatsen, waartussen veelvuldig wordt verhuisd. Voor de overwintering worden veelal bunkers, forten, vestingwerken, vleermuiskelders en grotten gebruikt.

Verbinding en veiligheid

De echolocatie van de gewone grootoorvleermuis reikt niet ver en de soort is gevoelig voor wind. Aaneengesloten lijnvormige landschapselementen, zoals hagen, houtwallen en rietkragen, zijn daarom belangrijk als beschutte vliegroute en voor de navigatie door het landschap. In bosrijke of kleinschalige landschappen is de soort minder afhankelijk van vaste lijnstructuren. Tijdens de kraamperiode is het voor vrouwtjes van groot belang dat foerageergebieden en verblijfplaatsen op maximaal 0,5 tot 1 kilometer van elkaar liggen.

Wanneer groenstructuren niet aaneengesloten kunnen worden aangelegd, kunnen barrières van grotere infrastructuur op kunstmatige wijze worden overbrugd. Grotere faunatunnels of vleermuis hop-overs bieden hiervoor een geschikte oplossing om veilig over te steken.

Checklist leefgebied

""

Verblijfplaats en voortplanting

Zorg voor verschillende verblijfplaatsen, zoals grotere aaneengesloten ruimten in gebouwen en boomholten, op maximaal 200 meter van elkaar.
""

Voedsel

Een insectenvriendelijk en beschut leefgebied met inheemse bomen, struiken op maximaal 200m afstand van verblijfplaatsen.
""

Veiligheid

Voorkom lichtverstoring zo veel mogelijk, bijvoorbeeld van ramen of lantarenpalen, op de verblijfplaatsen en (verbindende) groene structuren.

Verbinding

Bomenrijen met ondergroei van struweel of hagen in de omgeving (binnen een straal van 50 m) van de verblijfplaatsen.

Natuurinclusieve maatregelen voor de Gewone grootoorvleermuis

Icoon behoud of aanplant bomen 3e ordegrootte

Behoud of aanplant bomen 3e ordegrootte

Icoon behoud of aanplant bomen 2e ordegrootte

Behoud of aanplant bomen 2e ordegrootte

Icoon bomen

Bomen

Icoon heggen en hagen meerdere soorten

Heggen en hagen meerdere soorten

Icoon groene daken en daktuinen

Groene daken en daktuinen

Icoon groene tuin

Groene tuin

Icoon zoomvegetatie

Zoomvegetatie

Icoon heggen en hagen

Heggen en struweelhagen

Icoon heesters

Struweel

Icoon bloemrijk en kruidenrijk grasland

Bloemrijk en kruidenrijk grasland