Gewone dwergvleermuis

Pipistrellus pipistrellus
Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus)
Home / Doelsoorten / Gewone dwergvleermuis

Vleermuizen maken gebruik van verschillende verblijven en foerageren het liefst dichtbij. Ze jagen binnen een straal van 2-5 kilometer van hun verblijfplaats. Als nachtdieren is het daarbij belangrijk dat er veel donkerte is en dat verlichting niet op hun verblijven en routes schijnt.

Ze navigeren door de lijnen van bomen en water in het landschap. Hun menu bestaat voornamelijk uit vliegende insecten. Vleermuizen jagen in de beschutting van opgaande elementen, boven water en bij grasvelden. Deze structuren zijn dus erg belangrijk voor vleermuizen. Rond verblijfplaatsen moet dus een voldoende beschutte en insectenrijke omgeving (foerageergebied) aanwezig zijn als voedsel voor de vleermuizen.

De leefomgeving van de gewone dwergvleermuis met een rij bomen, wadi, natuurlijke poel, geveltuintje, klimmend groen, grasdak en verblijfplaatsen gemonteerd op de gevel
Leefomgeving gewone dwergvleermuis

Checklist leefgebied

""

Verblijfplaats en voortplanting

Verschillende soorten verblijfplaatsen, bijvoorbeeld in de spouw, als inbouwkast of achter gevelbetimmering.
""

Voedsel

Vleermuizen eten veel insecten. Plant daarom veel insectrijke beplanting binnen 200m van verblijfplaatsen.
""

Veiligheid

Geen licht, bijvoorbeeld van ramen of lantarenpalen, op de verblijfplaatsen en verbindende groene structuren en waterlijnen.
""

Verbinding

Waterlijnen en/of bomenrijen in de omgeving (binnen een straal van 100m).

Verblijfplaatsen

Vleermuizen maken gebruik van verschillende verblijven. Ze overwinteren in de spouw, in kelders of achter de gevelbetimmering van gebouwen en brengen de zomer door in zomerverblijven.

Vleermuizen kiezen graag een verblijf met de beste klimaatomstandigheden. Realiseer dus meerdere plekken op verschillende windrichtingen met meerdere lagen, en schakel ze wanneer mogelijk aan elkaar om verschillende binnenklimaten te krijgen.

Breng vleermuisverblijven aan tussen de 3 meter (ondergrens) en de 50 meter (bovengrens) hoogte. Plaats ze niet binnen 1 meter boven of naast ramen, en zorg voor een vrije aanvliegroute. Het is verder belangrijk dat de verblijfplaats grenst aan het bestaande of nieuw groen, zodat de plek (interessant) gevonden wordt.

Vleermuiskasten in de gevel

Er zijn verschillende leveranciers van vleermuiskasten die in te bouwen zijn in de gevel. Je kunt zorgen dat enkel de invliegopening zichtbaar is of de vleermuiskast zichtbaar houden in de gevel.

Richtlijn Bbl 2025:

Een gebouw heeft een totale hoeveelheid aan hangoppervlakte voor vleermuizen die ten minste 2% van de netto verliesoppervlakte dichte gevel en dak van het bouwwerk bedraagt, bepaald volgens NTA 8800, met een minimum van 1 m2.

Twee vleermuisverblijven, verwerkt in een bakstenen gevel

Vleermuiskasten op een bakstenen gevel – Unitura

Oriëntatie

De oriëntatie van verblijfplaatsen is noord, oost, zuid en west.

Hoogte van de verblijfplaats

De hoogte van een verblijfplaats voor gewone dwergvleermuizen is 4 tot 50 meter. De afstand tot een ander object moet minimaal vier meter zijn.
Een 3D-weergave van hoe vleermuisverblijven tegen elkaar geconfigureerd kunnen worden.

Geschakelde vleermuiskasten

3D-weergave van een vleermuisverblijf, verwerkt in een HSB-gevel met steenstrips

Vleermuiskast ingebouwd in de gevel

Vleermuizen in de spouwmuur

De tussenspouw kan toegankelijk gemaakt worden voor vleermuizen door een opening in de gevel. Er moet een luchtspouw zijn van minimaal 3 cm. Bij een gladde muur dient een ruwe laag te worden toegevoegd voor grip. Zo wordt de ruimte geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De spouwruimte kan o.a. dienen als kraamverblijfplaats en als winterverblijfplaats voor vleermuizen.

3D-weergave van een invliegopening voor gewone dwergvleermuizen naar de spouw.

Invliegopening voor vleermuizen naar de spouw

Vleermuisverblijven integreren in de architectuur

Vleermuisverblijven zijn op veel verschillende plekken in te bouwen. Dit kan bijvoorbeeld in dakranden, onder dakpannen, in een loze spouw bij technische ruimten en balkons, of de loze ruimte in een schoorsteen.

De invliegopening heeft bij voorkeur een opening van tussen de 16 en 20 mm hoog voor de kleinere vleermuissoorten, zoals de gewone dwergvleermuis, en moet een aanvliegplank of ruw oppervlak hebben van minimaal 30 cm hoogte waarop de vleermuis gemakkelijk kan landen. Dit kan ook een ruwe buitengevel zijn. Schakel voor andere soorten een specialist in.

3D weergave van een vleermuisverblijf, verwerkt in een dakrand met de opening aan de onderkant.

Vleermuisverblijven in de dakrand

De afmetingen van een zomer- en paarverblijf voor gewone dwergvleermuizen is 20 centimeter bij 50 centimeter.

Zomer- en paarverblijven zijn minimaal 20x50cm (lxh) en ruimte in een spouw of gevelbetimmering is minimaal 100x50cm.

Vleermuisverblijven achter gevelbetimmering

Er kan ook ruimte achter de gevelbetimmering of onder en achter daklijsten gemaakt worden. Gevelbetimmering kun je geschikt maken voor vleermuizen door het creëren van ruimte tussen de buitenmuur en de gevelbetimmering. Gevelbetimmering voor vleermuizen dient minimaal 100 cm breed x 50 cm hoog te zijn. Tussen de gevelbetimmering en buitenmuur dien je 1,5 – 2,5 centimeter ruimte over te laten.

Zorg voor openingen aan de onderzijde van gevelbetimmeringen van minimaal 1,5 bij 2,5 centimeter. Minimaal één zijde van de ruimte achter de betimmering moet van ruw materiaal zijn. Dit kan bijvoorbeeld een bakstenen buitenmuur of kurk zijn. Aanbevolen wordt om aanvullend achter de gevelbetimmering op een aantal plekken horizontale latten te plaatsen. Door de horizontale latten verspringend te plaatsen wordt tocht voorkomen en ontstaan er verschillende binnenklimaten.

Een doorsnede van een vleermuisverblijf, gemonteerd achter gevelbetimmering.

Vleermuisverblijven achter gevelbetimmering

De minimale hoogte van de invliegopening van verblijfplaatsen voor de gewone dwergvleermuis is 30 centimeter. De hoogte van de invliegopening is 17 tot 20 centimeter en de breedte is 215 centimeter.

De invliegopening moet 16-20mm hoog zijn. Ook moet er een ruw oppervlak van ten minste 30cm zijn als aanvliegplank onder de opening.

Alternatieve verblijfsmogelijkheden

3D-weergave van vier alternatieve locaties voor verblijfplaatsen voor de gewone dwergvleermuis.

1. In dakrand of overstek
2. Achter gevelplaten
3. In technische ruimte
4. In spouwmuren

Voortplanting

Vleermuizen paren vaak op dezelfde plekken als de zomerverblijven. Vleermuizen maken wel gebruik van aparte kraamverblijven. Kraamverblijven zijn veelal groter dan de andere verblijven. In de kraamtijd, van half mei tot begin augustus, gebruiken de vrouwtjes vooral de warme plekken, buiten die periode ook koelere verblijfplaatsen. Realiseer dus ook kraamverblijven op meerdere plekken en op verschillende windrichtingen in het plangebied.

De minimale afmetingen van een kraamverblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis is 70 bij 70 centimeter

Populatiegrootte (richtlijnen voor gebiedsontwikkeling)

Om een populatie dwergvleermuizen voldoende verblijfplekken te bieden in een wijk zijn er zo’n 50-70 zomer/paarverblijfplaatsen, 20 kraamkasten en 3 massa verblijfplaatsen per wijk of gebiedsontwikkeling nodig.

Voedsel

Vleermuizen jagen in de beschutting van opgaande elementen in een groene, bebouwde omgeving, langs kanalen, vaarten, in tuinen en parken met vijvers, tussen boomkruinen, boven open plekken in het bos, langs de bosrand (vooral oude voedselrijke loofbossen), straatlantaarns, in en langs lanen, bomenrijen, houtwallen en grasvelden. Waterpartijen en beschutte oevers zijn daarbij favoriet als jachtgebied. Deze structuren zijn dus erg belangrijk voor vleermuizen. Het menu van vleermuizen bestaat voornamelijk uit muggen, dansmuggen, schietmotten, maar ook haften, gaasvliegen, nachtvlinders en soms ook kevers.

Rond verblijfplaatsen moet een voldoende beschutte en insectenrijke omgeving (foerageergebied) aanwezig zijn als voedsel voor de vleermuizen. Plant binnen het project dus ook inheemse bomen, struiken en bloemrijk grasland waarin insecten voedsel zoeken en zich voortplanten. Zorg vervolgens dat de locatie van de verblijven aansluit bij de vliegroutes en het foerageergebied.

Verbinding

Vleermuizen navigeren door de lijnen van bomen en water in het landschap om verblijfsplekken en foerageergebieden te vinden. Het is belangrijk dat deze verbindingen zo veel mogelijk doorlopen en donker zijn.

Aandachtspunt: Verlichting

Vleermuizen worden snel verstoord door verlichting. De mate waarin het licht de vleermuizen verstoort is afhankelijk van de hoeveelheid licht en de lichtkleur. Verlichting kan ook het gedrag en voortplanting van insecten verstoren, waardoor het voedselaanbod kan afnemen. Uitgangspunt om verstoring door verlichting zo veel mogelijk te beperken is: zo min mogelijk verlichten. Verlicht alleen waar en wanneer het nodig is en schenk aandacht aan de juiste armatuur en lamphoogte, zodat bijvoorbeeld invliegopeningen van verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden donker blijven.

Natuurinclusieve maatregelen voor de Gewone dwergvleermuis

Icoon bomen

Bomen

Icoon natuurlijk waterdak met open water en waterplanten

Natuurlijk waterdak met open water en waterplanten

Icoon geveltuin

Geveltuin

Icoon verblijfplaatsen en nestkasten

Verblijfplaatsen en nestkasten

Icoon groene daken en daktuinen

Groene daken en daktuinen

Icoon ecologische wadi

Ecologische wadi

Icoon natuurvriendelijke en drijvende oevers

Water en natuurvriendelijke oevers

Icoon natuurvriendelijke poel, vijver en amfibieënpoel

Amfibieënpoel

Icoon zoomvegetatie

Zoomvegetatie

Icoon bloemrijk en kruidenrijk grasland

Bloemrijk en kruidenrijk grasland