De bunzing past zich gemakkelijk aan verschillende soorten voedsel, en zijn menu verandert afhankelijk van het seizoen en wat er beschikbaar is. Als nachtdieren zijn ze vooral actief tijdens de schemering en de nacht en jagen vaak op muizen, ratten en konijnen. Daarnaast eten ze ook vogels, reptielen, vis, amfibieën, insecten, bessen, en andere vruchten.
Verblijfplaats en voortplanting
De bunzing heeft verschillende opties als het gaat om het vinden van een schuilplaats. Ze maken vaak gebruik van bestaande holen, zoals konijnenholen of holen tussen de wortels van bomen. Daarnaast zijn struiken en stapels van stenen of takken ook een favoriete locatie voor hen om te schuilen. Wanneer er geen bestaande schuilplaatsen beschikbaar zijn, kan de bunzing ook zijn eigen ondergrondse hol graven in zachte grond, zoals zandgrond.
Het is belangrijk om gedurende het hele jaar voldoende opgaande vegetatie te hebben. Een meer terughoudende benadering van maaien en begrazen, waarbij meer vegetatie wordt behouden, kan beter zijn. Door takken, hout, stobben, maaisel en stenen op hopen in het terrein achter te laten, kan de leefomgeving van de bunzing verbeterd worden.
Verbinding en veiligheid
Het leefgebied beslaat een oppervlak van 8 tot wel 1000 hectare afhankelijk van het voedsel en de natuurlijkheid van het gebied. Met name in of rondom gebieden met een hoge dichtheid aan infrastructuur en bebouwing, zijn faunapassages en gelaagdheid van struiken en hoge kruiden van belang voor de verbinding tussen gebieden.