De boommarter is een slanke, behendige marterachtige die zowel op de grond als hoog in de bomen leeft. Hoewel hij vaak wordt geassocieerd met oud loofbos, komt hij in Nederland in uiteenlopende bostypen voor, variërend van jonge naaldbossen tot oude loofbossen en zelfs kleinschalige cultuurlandschappen.
Verblijfplaats en voortplanting
Boommarters gebruiken bestaande schuilplaatsen zoals boomholtes, oude spechten- of eekhoornnesten, en inrottingsholtes. Ook graven ze zich soms in onder boomwortels of gebruiken verlaten konijnen-, vossen- of dassenholen. In bebouwde omgevingen kunnen ze zich vestigen in gebouwen die aan bosranden liggen. Ze maken zelf geen nesten maar passen bestaande schuilplaatsen aan. Oude bomen met natuurlijke holtes en voldoende beschutte schuilplekken zijn essentieel voor de voortplanting.
Voedsel
De boommarter is een opportunistische omnivoor die een gevarieerd dieet heeft. Hij eet kleine zoogdieren (zoals muizen en konijnen), vogels en hun eieren, reptielen, amfibieën, vissen en insecten zoals hommel- en wespenbroed. In de nazomer en herfst schakelt hij deels over op bessen en vruchten, die een belangrijke voedselbron vormen.
Veiligheid
Boommarters hebben grotere beschutte plekken nodig om te rusten en zich te verplaatsen zonder dat ze worden opgemerkt door roofdieren of mensen. Het oversteken van wegen is een groot gevaar; faunapassages en veilige oversteekmogelijkheden helpen hun leefgebied aaneengesloten te houden en verkeersslachtoffers te voorkomen.
Verbinding
Aaneengesloten bosgebieden en groenverbindingen met voldoende struikgewas zijn essentieel voor de boommarter. Ze gebruiken boomkronen en dichte begroeiing om onopvallend te bewegen. Verbindingen tussen leefgebieden zorgen ervoor dat boommarters kunnen migreren en genetische uitwisseling behouden blijft.