Habitatwensen
De asbij is één van de 75 soorten zandbijen die in Nederland voorkomen. Zoals de naam al verklapt graven zandbijen hun nest in open, zandige of leemachtige bodem. Plekken die goed kunnen opwarmen zijn het meest in trek. Voor de asbij zijn dat plekjes langs bosranden, op de heide en stuifzanden maar ook in bebouwd gebied. De nesten worden bij voorkeur gemaakt op de zuidhelling van een zandhoop of een talud. Het aantal nesten varieert van enkele nestelen, tot grote groepen van wel honderden nesten bij elkaar. De nestplaatsen bevinden zich veelal in begraasd of verruigd terrein.
Voedsel
Het voorjaar en begin van de zomer is de belangrijkste vliegperiode. In deze periode bezoekt de soort verschillende voorjaarsbloeiers waaronder boterbloem, paardenbloem, zilverschoon, Engels gras, kruis- en schermbloemigen. Daarnaast ook nog verschillende fruitbomen, wilgen en de sleedoorn. Voedselplekken kunnen door deze variatie bestaan uit bloeiende graslanden, oevers en struwelen.
Variatie
De asbij heeft een voorkeur voor een landschap met een gevarieerde structuur. Verschillen in hoogte en dichtheid van vegetatie dragen hier sterk aan bij. Het uitvoeren van gefaseerd en terughoudend beheer is daarnaast een belangrijke factor. In het bebouwde gebied zorgt de afwisseling van grasland, kale plekjes, ruigte, struweel en bosranden voor de juiste variatie.
Verbinding
Zandbijen leggen over het algemeen geen lange afstanden af. Het voedsel van de asbij wordt in een straal van ongeveer 300 meter rondom het nest gezocht. Het bereiken van nieuwe vestigingsmogelijkheden is daarom sterk afhankelijk van goede verbindingen. Binnen de verbindingen is de afwisseling van geschikte nestel- en voedselplekken van belang.