De argusvlinder geeft de voorkeur aan gevarieerde graslanden met kale, zanderige plekken langs slootkanten, wegen, dijken, bosranden en heggen. De vlinder voedt zich met verschillende bloeiende planten, waaronder braam, rode klaver, akkerdistel en knoopkruid. Ook heeft de argusvlinder een grote variëteit aan waardplanten, zoals ruwe smele, beemdgras, gestreepte witbol en boskortsteel. De argusvlinder is een territoriale vlinder die zijn territorium verdedigt door middel van patrouillevluchten. Het is daarom belangrijk dat de verschillende graslanden met elkaar verbonden zijn.
Checklist leefgebied
Verblijfplaats en voortplanting
Gevarieerde graslanden met inheemse grassen die kunnen functioneren als waardplant voor voortplanting.
Voedsel
Een divers aanbod aan nectarrijke bloemen, kruiden en grassen.
Veiligheid
Creëer zonnige plekken die uit de wind liggen.
Verbinding
Zorg voor aaneengesloten groen. Bij voorkeur door bloemstroken of kruidenrijke stroken.